Geïnterviewde: Koen de Kruif
Tekst: Maurice Berix
2021
Klimaat, energie, grondstoffen, biodiversiteit. Onze planeet schreeuwt om verandering. Om een transitie naar een duurzaam gebruik van de aarde. De provincie Zuid-Holland wil naar een circulaire en klimaatneutrale provincie, samen met onze partners – medeoverheden, ondernemers, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en inwoners.
Maar hoe doe je dat: een transitie van oud naar nieuw, van lineair naar circulair, van vervuilend naar duurzaam? De x-curve van Drift biedt handvatten: het helpen afbouwen van het oude systeem en het laten emergeren van het nieuwe verloopt stapsgewijs. Van optimaliseren en destabiliseren naar afbreken en uitfaseren. En van experimenteren en versnellen naar institutionaliseren en stabiliseren.

Ik spreek met koplopers in transities. Zoals met Koen de Kruif, beleidsadviseur duurzame bedrijventerreinen en circulaire economie bij de DCMR.
“Sowieso op de opbouwende lijn. Ik voel me verbinder, versneller en omdenker. Omgevingsdiensten zoals de DCMR zijn uitvoeringsgericht. We voeren wet- en regelgeving uit. En in die uitvoering zijn we vooral begrenzend: in veel gevallen mag je iets niet. Een nieuw systeem opbouwen, omarmen, zoals een circulaire economie vraagt om innovatie. Maar zo werkt de wet niet. De huidige milieuwet- en regelgeving gaat niet over hoe het over 10 jaar moet zijn. Wat ik doe is het opzoeken van de mogelijkheden die de wet dan wél biedt, en ik initieer doorbraakprojecten, juist voor die langere termijn.
Zelf zit ik meer op afstand van de vergunningverlening. Ik zit niet op een regulerende taak maar ik ben beleidsadviseur met als opdracht om circulaire economie te bevorderen. Dat lijkt een onmogelijkheid binnen een uitvoerende en niet-innovatieve omgeving, maar met het ondersteunen van het omdenken van anderen kom ik een heel eind. Omdenken en verbinden. Dat is wat ik doe.”
Circulaire vergunning
“Hoe? Dat doe ik op drie niveaus. Allereerst breng ik mensen bij elkaar. Zo heeft de DCMR een adviesteam afval & circulaire economie opgericht, het ACE. In dat adviesteam zitten adviseurs, vergunningverleners, toezichthouders en RO-mensen. Zonder uitzondering betrokken collega’s die begaan zijn met de kwaliteit van onze leefomgeving. Gezamenlijk onderzoeken we de mogelijkheden die de bestaande wet- en regelgeving biedt om circulairder te werken.
Daarnaast ontwikkel ik nieuwe concepten en denkmodellen, en die breng ik dan in dat adviesteam. Ik ga daarbij op zoek naar de verbinding tussen het oude en het nieuwe systeem, zoals met het concept ‘de circulaire vergunning’. Dat zet mensen aan het denken, want in eerste instantie is de reactie toch al snel: dat kan helemaal niet. Maar door het er met elkaar over te hebben weten we toch doorbraken te realiseren. Ik noem een voorbeeld. Als DCMR reguleren wij de bedrijven in onze regio. Vergunningverleners en toezichthouders komen veel bij de bedrijven over de vloer. Steeds vaker stellen zij deze vraag: hoe verminder jij je grondstoffengebruik? Want hoe minder grondstof, des te minder afval. Daarmee zetten we ondernemers aan het denken.”
Grondstoffenmanagement
“En ten derde tenslotte creëer ik voorbeelden die ik in de etalage zet. Voorbeelden die laten zien wat je met omdenken kunt bereiken, en die zo’n concept als de circulaire vergunning tot leven brengen. Neem Rotterzwam. Een Rotterdams bedrijf dat oesterzwammen kweekt op koffiedik. Op een gegeven moment is dat koffiedik uitgewerkt en kun je het niet meer als voedingsbodem voor de paddenstoelen gebruiken. Als je het op dat moment als afvalstof beschouwt zit je meteen aan strikte regels voor afvoer en verwerking vast. Maar door alleen maar te zeggen: ‘dit uitgewerkte koffiedik is een goede bodemverbeteraar, en daarmee een waardevolle grondstof’ is het een heel ander verhaal. Dan ontstaan ineens mogelijkheden. En zo zijn er nog wel meer voorbeelden: bierbostel, een restproduct bij de bierproductie is een prima grondstof als vezel of diervoeding. Of oude matrassen – voor 95% herbruikbaar. Zonde als je die stroom in zijn geheel als afval moet beschouwen, terwijl uiteindelijk maar 5% echt als afval beschouwd moet worden.
Dat is de essentie. En ook mijn centrale boodschap: we moeten af van het beschouwen van reststromen als afval. Alleen al door het woord afval in de mond te nemen creëer je een negatief frame. In plaats daarvan gebruik ik liever het woord grondstoffenmanagement. Zo kunnen we steeds iets meer sturen we op de toename van waarde boven winstmaximalisatie.”
Circulair loket
“Denk overigens niet dat dat gemakkelijk is. De Zuid-Hollandse omgevingsdiensten hebben onderling de taken verdeeld, met allemaal een deel van de uitvoering van regelgeving voor bedrijvigheid op het gebied van biomassa. Dat gaat dan bijvoorbeeld om de toezicht op de uitvoering van de meststoffenwetgeving en de vergunningen voor biomassaverwerking. Rotterzwam had met drie omgevingsdiensten te maken en liep tegen muren op. Uiteindelijk hebben de provincie, de DCMR en de gemeente Rotterdam samen ervoor gezorgd dat wij als milieudiensten elkaar beter wisten te vinden en is de vergunning rondgekomen. Rotterzwam kon de reststroom aan koffiedik uit rijden.
Je mag gerust weten, de samenwerking rondom de casus van Rotterzwam was soms moeizaam en frustrerend. Ik heb toen samen met Rotterzwam contact gezocht met de gemeente. Samen hebben we nu een circulair loket geopend waar ondernemers die willen verduurzamen terecht kunnen. Dat loket is sinds juni geopend en begint nu te lopen. Ja daar ben ik wel trots op. Ik heb kunnen zorgen dat circulaire vragen een plaats krijgt bij de DCMR. Volgende stap is om zo’n loket ook in andere gemeenten in de regio te gaan aanbieden.”
De aarde als samenhangend systeem
Ik vraag Koen wat hem drijft in zijn acties. Koen is daar resoluut over: “De draagkracht van de aarde. De aarde is een samenhangend systeem. En we moeten duurzaamheidsvraagstukken ook in samenhang zien en oppakken. Als we alleen naar de energietransitie kijken, of naar recycling of groene daken dan komen we er niet. Ik realiseer me: circulaire economie is ook maar één facet. Die overtuiging draag ik uit, waar ik ook ga.
In mijn werk, maar ook privé. Logisch – duurzaamheid is een deel van mijn persoonlijkheid. Zo ben ik nauw betrokken bij de ontwikkeling van ecodorpen – ecologische leefgemeenschappen die uitgaan van de intentie van de bewoners. Mensen die niet alleen willen wonen maar ook een bijdrage willen leveren aan het herstel van de aarde. Ik werk nu aan mijn droom die steeds dichterbij vervulling komt. Dan start de ontwikkeling van een nieuw ecodorp waar ik uiteindelijk ook in ga wonen.”